Versie 21-4-2020

BELEIDSREGEL COVID-19 GERELATEERDE MAATREGELEN VOOR SUBSIDIES DORDRECHT
mmm

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente DORDRECHT;

gezien het voorstel inzake vaststellen van de Beleidsregel COVID-19 gerelateerde maatregelen voor subsidies Dordrecht ;

gelet op artikel 22 van de Algemene subsidieverordening Dordrecht (ASV);

overwegende:

 dat de maatregelen die door nationale-, regionale – en lokale overheden zijn getroffen ter voorkoming van de verspreiding van het COVID-19 virus, vergaande consequenties hebben of kunnen hebben voor de uitvoering en realisatie van door de gemeente gesubsidieerde activiteiten;

 dat de gesubsidieerde instellingen daardoor soms de door hen uit te voeren activiteiten/prestaties/resultaten (verder: activiteiten) moeten uitstellen, niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze kunnen uitvoeren of, door gebrek aan inkomsten of door noodzakelijk te maken extra kosten, met financiële tekorten te maken krijgen;

 dat de gemeente hier bij de subsidiering rekening mee wil houden;

 het college hiervoor gebruik wil maken van de hardheidsclausule van de ASV, die uitgewerkt is in onderstaande beleidsregel;

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende Beleidsregel COVID-19 gerelateerde maatregelen voor subsidies Dordrecht;

Artikel 1 Tussentijdse maatregelen

  1. Degene aan wie subsidie is verstrekt kan in de periode tussen het verlenen van de subsidie en het vaststellen van een subsidie dan wel bij een reeds vastgestelde subsidie tot 31 december 2020, een verzoek indienen voor een tussentijdse maatregel.
  2. Een tussentijdse maatregel kan zijn:
    a Het tussentijds vaststellen of herzien van de subsidie;
    b Het intrekken van de beschikking waarbij de subsidie is verleend, onder het nemen van een nieuwe beschikking tot verlening van een subsidie;
    c Het aanpassen van de eisen die aan de activiteit(en) worden gesteld;
    d Een door de aanvrager aan te geven maatregel.
  3. Een verzoek voor een tussentijdse maatregel wordt per emailbericht ingediend bij subsidiebureau@dordrecht.nl.
  4. Een verzoek om een tussentijdse maatregel kan te allen tijde worden ingediend.
  5. Een verzoek om een tussentijdse maatregel bevat tenminste:
    a Het zaaknummer van de beschikking waarbij de subsidie is verleend;
    b Een aanduiding van de gewenste maatregel;
    c Een onderbouwing van de noodzaak tot het treffen van een tussentijdse maatregel;
    d Alle financiële en andere gegevens die het college nodig acht om een besluit op het verzoek te kunnen nemen.
  6. Het college trekt, op verzoek, de oorspronkelijke beschikking waarbij de subsidie is verleend in onder het nemen van een nieuwe beschikking tot het verlenen van subsidie, indien:
    a De aanvrager de activiteiten aantoonbaar niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze heeft of zal kunnen uitvoeren als gevolg van door de nationale -, regionale – of lokale overheden getroffen maatregelen en
    b De aantoonbaar noodzakelijk gemaakte redelijke kosten extra of hoger zijn dan het bedrag aan subsidie dat oorspronkelijk was verleend en
    c Deze kosten in redelijkheid niet aan de aanvrager verwijtbaar zijn.
  7. Indien aan de criteria van het zesde lid wordt voldaan verleent het college subsidie tot een bedrag dat het, gelet op de omstandigheden van het geval, redelijk voorkomt.

Artikel 2 De vaststelling van de subsidie in geval van niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze uitgevoerde activiteiten vanwege COVID-19.

  1. Voor activiteiten die aantoonbaar als gevolg van door de nationale -, regionale – of lokale overheden in relatie tot het COVID-19 virus getroffen maatregelen niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze doorgang hebben kunnen vinden, stelt het college de hoogte van de subsidie vast of opnieuw vast op basis van de volgende elementen:
    a De aanvraag tot subsidie;
    b De beschikking waarbij de subsidie is verleend;
    c De aanvraag tot vaststelling van de subsidie;
    d De argumenten voor het niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze hebben kunnen uitvoeren van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt;
    e De relatie van die argumenten met de door de nationale -, regionale – of lokale overheden getroffen maatregelen;
    f De vraag of er sprake is van minder inkomsten of van aantoonbaar noodzakelijk gemaakte redelijke kosten.
  2. Het college stelt de subsidie vast overeenkomstig het bedrag dat aan subsidie is verleend, indien:
    a De aanvrager de activiteiten aantoonbaar niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze heeft kunnen uitvoeren als gevolg van door de nationale -, regionale – of lokale overheden getroffen maatregelen en
    b De aanvrager heeft aangetoond dat hij het volledige bedrag dat aan subsidie is verleend daadwerkelijk heeft besteed en heeft moeten besteden aan de (voorbereiding van de) organisatie van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en
    c De aanvrager aantoonbaar minder of geen inkomsten heeft genoten die aan de activiteit zijn verbonden waardoor zijn kosten geheel of gedeeltelijk worden gedekt.
  3. Het college stelt de subsidie vast op een lager bedrag dan het bedrag dat aan subsidie is verleend, indien:
    a De aanvrager de activiteiten aantoonbaar niet, niet geheel of niet op de voorgeschreven wijze heeft kunnen uitvoeren als gevolg van door de nationale -, regionale – of lokale overheden getroffen maatregelen en
    b De door de aanvrager aantoonbaar noodzakelijk gemaakte redelijke kosten lager zijn dan het bedrag dat aan subsidie is verleend en
    c De aanvrager aantoonbaar minder of geen inkomsten heeft genoten die aan de activiteit zijn verbonden waardoor zijn kosten geheel of gedeeltelijk worden gedekt. In dat geval stelt het college de subsidie vast ter hoogte van de aantoonbaar noodzakelijk gemaakte redelijke kosten minus de eventueel gegenereerde inkomsten.
  4. Onverminderd het gestelde in het derde lid stelt het college de subsidie vast op een lager bedrag dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend als de kosten of een deel daarvan worden gedekt of kunnen worden gedekt vanuit een regeling van een andere overheid.
  5. De aanvrager levert bij de aanvraag of op verzoek van het college de informatie en onderbouwing aan als bedoeld in het eerste lid onder c tot en met f.

Artikel 3 Reserves

Als de aanvrager beschikt over een Algemene reserve en/of een Egalisatiereserve betrekt het college deze bij de berekening van de hoogte van de vast te stellen of opnieuw vast te stellen subsidie.

Artikel 4 Begrotingsvoorbehoud

Voor zover een besluit als bedoeld in deze beleidsregels leidt tot het verlenen van een hoger subsidiebedrag dan op grond van de oorspronkelijke beschikking was toegekend, vindt de verlening plaats onder het voorbehoud dat de raad de daarvoor benodigde middelen beschikbaar stelt.

Artikel 5 Uitvoeringsbevoegdheid

De clustermanagers worden mandaat verleend om te besluiten over de eschikkingen die op basis van deze beleidsregel tot stand komen en deze te ondertekenen.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan, werkt terug tot 9 maart 2020 en vervalt van rechtswege op 31 december 2020.

Artikel 7 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als “Beleidsregel COVID-19 gerelateerde maatregelen voor het verstrekken van subsidies Dordrecht”.

Aldus besloten in de vergadering van 28 april 2020.

Het college van Burgemeester en Wethouders

J. Scholten            A.W. Kolff

secretaris              burgemeester